Spraak
Bij spraakmoeilijkheden of articulatiestoornissen kan je moeite ondervinden bij het uitspreken van spraakklanken. Klanken worden niet of niet goed uitgesproken. Hierdoor kan het zijn dat iemand minder goed verstaanbaar is en dat kan weer zorgen voor frustratie.
Er zijn verschillende problemen die vallen onder spraakstoornissen. Met de volgende spraakstoornissen kunt u terecht:
Fonetische articulatiestoornis
Bij een fonetische articulatiestoornis lukt het niet om een klank op de juiste manier uit te spreken. Dit is wanneer een kind de /R/ niet kan zeggen of bij slissen of lispelen.
Bij een fonologische articulatiestoornis kan het kind vaak wel alle klanken maken, maar klanken worden weggelaten, vervangen of toegevoegd. Een fonetische articulatiestoornis valt ook binnen de taalstoornissen.
Broddelen
Bij broddelen spreekt iemand vaak moeilijk verstaanbaar als gevolg van een slappe uitspraak, hoog spreektempo of het ineenschuiven van woorden. Ook stopwoordjes, snelle woordherhalingen en klankherhalingen zijn signalen van broddelen.
Stotteren
Bij stotteren is er sprake van een stoornis in de vloeiendheid van de spraak. Dit uit zich door onvrijwillige herhalingen van klanken/lettergrepen/woorden, verlengingen van klanken en blokkeringen van de ademstroom of stemgeving. De gedragingen kunnen op zichzelf of in combinatie voorkomen. Daarnaast gaat stotteren vaak gepaard met negatieve gevoelens en gedachten. Bij stotteren spelen zowel erfelijke factoren als omgevings- en sociaal-emotionele factoren mee.
- Een geldig legitimatiebewijs (denk aan: paspoort/indentiteitskaart/rijbewijs)
- Een bewijs van verzekering (zorgpas)
- Een verwijsbrief (u kunt ook zonder een verwijsbrief logopedie krijgen, DTL)